|
Hans KellerUit Beeld en Geluid wiki
Hans Keller vertelt graag, veel en gepassioneerd. Hij is in zijn werk altijd op zoek naar verhalen. Zijn loopbaan als maker en eindredacteur kent een grote continuïteit in zowel kwantiteit als visie en aanpak. Zijn oeuvre, dat geen onderscheid maakt tussen film en televisie, beperkt zich voornamelijk tot onderwerpen die met geschiedenis dan wel kunst (vaak literatuur) te maken hebben. Hij werkt in een geheel eigen stijl, die met recht Kelleriaans genoemd kan worden. Zijn programma’s, documentaires en reisverslagen zijn het resultaat van zijn onbevangen maar vorsend oog enerzijds en zijn associatieve vermogen anderzijds, die in zijn programma’s tot beeldende montages en persoonlijke, vaak poëtische commentaren leiden. De commentaren spreekt hij vrijwel altijd zelf in, steeds herkenbaar aan zijn donkere timbre. Journalistieke en essayistische eigenschappen gaan bij hem samen. Het is een stijl waarin zijn oordeel, zijn evaluatie, onlosmakelijk met het onderwerp wordt verbonden. Kellers werk kent liefhebbers en critici. De laatste werpen op, dat zijn programma’s te pretentieus en vooral vorm-georiënteerd zouden zijn. Vorm en inhoud zijn bij Keller echter moeilijk te scheiden. Keller heeft niet alleen oog voor zijn personages maar ook voor hun letterlijke en figuurlijke omgeving; hij maakt als het ware omtrekkende bewegingen. De kracht van de herinnering, de suggestie, de (al dan niet spontane) reflectie of de afwezigheid krijgen tijdens zijn reizen een natuurlijke plaats. Reizen is volgens Keller vaker verdwijnen dan ergens naar toe gaan. Het zoeken is volgens hem een doel om de blik schoon te maken. Zijn documentaires gaan vaak over de eruditie maar zoeken ook regelmatig de gewone man op en beide worden altijd in een grotere cultuurhistorische context geplaatst. Zijn zoektocht naar de ziel van zijn personages of hun werk brengt hem regelmatig naar onder andere Italië, Rusland en Amerika. Met zijn oeuvre geeft hij op een zeer individuele wijze inhoud aan de culturele opdracht van de omroepen. Zijn filmische geschiedschrijving betreft geen schematische vereenvoudiging maar onthult eerder de welhaast onkenbare complexiteit van het verleden.
Keller begint zijn loopbaan als leerling-journalist van De Volkskrant in Haarlem en omstreken. Al snel stroomt hij door naar de kunstredactie en wordt hij televisie-recensent. Samen met Henk Schaafsma (NRC) en Han G. Hoekstra (Het Parool) initieert hij in 1961 de uitreiking van de Zilveren Nipkowschijf. In 1961 begint hij als scriptwriter bij de AVRO. Spoedig volgen zijn eerste tv-programma’s.
In 1964 gaat hij naar de KRO waar hij voor het maandelijkse kunstprogramma Kijk op Kunst (1961-1968) verschillende afleveringen verzorgt over schrijvers, architecten, kunstenaars. Het programma ondergaat in de loop der tijd een aantal naamswisselingen. Ook maakt Keller documentaires over onder andere Louis Paul Boon, Günter Grass en Heinrich Boll. Daarin is in toenemende mate de invloed van de Amerikaanse Direct Cinema te bespeuren, met een vrij gebruik van de lichtgewicht 16mm camera met synchroon geluid die het mogelijk maakt de personages in hun doen en laten te observeren. Hiertoe engageerde Keller fotograaf Ed van der Elsken als cameraman, omdat deze net zolang aan zijn filmcamera had geknutseld dat hij in staat was deze nieuwe stijl van filmen te beheersen.
In 1979 volgt Keller Adriaan van der Staaij op als directeur van de Rotterdamse Kunststichting, de organisatie die verantwoordelijk is voor het kunstbeleid in de havenstad. Het blijkt een functie te zijn, die hem niet echt ligt. Er is heimwee naar het regisseurschap. Na twee jaar vestigt hij zich als onafhankelijk filmmaker om programma’s en documentaires te maken voor in eerste instantie de VPRO maar – na een aanvaring met die omroep - ook voor Veronica, NOS of IKON. Hij werkt hiertoe samen met onder meer Remco Campert, H.J.A. Hofland, Hans Verhagen en Cees Nooteboom. Van 1984 tot 1987 is Hans Keller als eindredacteur en interviewer bij het kunstprogramma Nederland C betrokken. Talloze schrijvers, architecten, beeldend kunstenaars, schilders en regisseurs uit binnen- en buitenland, al dan niet in leven, worden geportretteerd. Keller besteedt bovendien aandacht aan het Nederlandse kunst- en cultuurbeleid. In 1986 wordt hij hoofdredacteur van het Engelstalige culturele kwartaalschrift “Dutch Heights” (1986-1990). Ook waagt Keller zich aan een opdrachtfilm voor de KLM, Geschiedenis van een toekomst (1989), ter gelegenheid van de 70ste verjaardag van de vliegtuigmaatschappij. Vanaf 1987 maakt Keller documentaires waarin geschiedenis, kunst, kunstenaars en reisverslagen op een typisch Kelleriaanse manier samenkomen. Zijn reisverslagen brengen hem ook steeds weer in Amerika. Zo keert hij na 31 jaar terug naar de Amerikaanse provincieplaats Franklin in Tennessee, waar hij in 1971 een documentaire had gemaakt. Het vervolg heet Twee weken in een ander stadje (1971); revisited (2002). Keller maakt portretten van 20ste eeuwse schrijvers als Konstantin Paustovskij, Joseph Roth en Cesare Pavese. Een magnum opus is de vierdelige documentaire Hotel Atonaal; Rendez-vous der Vijftigers (1993, samen met Remco Campert), waarin via herinneringen van en aan de dichters uit deze stroming en hun poëzie vriendschappen herbeleefd worden en een literair tijdsbeeld onstaat. Vanaf 1998 doet hij de redactie van Dode dichters almanak, een VPRO programma dat als dagsluituing fungeert, waarin telkens een overleden dichter een door hem of haar zelf geschreven gedicht werk voorleest. Kellers onafgebroken fascinatie voor de geschiedenis en het menselijk geheugen krijgt in 1995 vorm in de twee delen die hij verzorgt voor VPRO’s Thema “Herinneringen aan Nederland”, waarbij hij gebruik maakt van amateurfilms, foto’s en persoonlijke getuigenissen. In 1998 waagt Keller zich naar een idee van Hofland in de serie Verhalen uit het Land van de voldongen Feiten (VPRO) aan dramatische constructies die, afgewisseld met archiefbeelden, precaire of veelbetekende gebeurtenissen uit de recente vaderlandse geschiedenis aan de orde stellen. Voor Het uur van de Wolf (een serie wekelijkse documentaires op het gebied van kunst en cultuur, portretten van kunstenaar en registraties van voorstellingen) maakt Keller vervolgens enkele schrijversportretten. Voor een van die documentaires, Daar, aan het eind van de gang - Over het Ferrara van Giorgio Bassani over de Italiaanse auteur Giorgio Bassani, ontvangt hij in 2001 de L.J. Jordaanprijs. In 2004 treedt Hans Keller op als eindredacteur bij Tegenlicht, een serie wekelijkse informatieve programma’s van de VPRO over de actualiteit, die in wisselende vorm wordt toegelicht. In 2005 wordt aan hem de Laurens Janszoon Costerprijs uitgereikt wegens zijn verdienste als maker van literaire televisieprogramma’s. In 2011 verschijnt een DVD box met films die Hans Keller in samenwerking met Remco Campert heeft gemaakt. | ||||||||||||||||||||||


