Tineke Roeffen

Uit Beeld en Geluid wiki

Ga naar: navigatie, zoeken
Roeffen ca 1960



Personalia
Naam Tineke Notten-Roeffen
Geboren niet bekend, 4 januari 1927
Gestorven niet bekend, 10 juli 2017
Functies regisseur
Bekend van eerste vrouwelijke regisseur, Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer?, Waauw, Driekwart in de middag
Periode actief 1946 - 1982
Werkt samen met Wim Bary, Ben Mettrop, Nic Notten, Harry Geelen

Tineke Roeffen in de media
Oeuvre Tineke Roeffen

Tineke Roeffen is de eerste vrouw die regisseur wordt bij de televisie. Ze werkt in totaal dertig jaar bij de televisie. Roeffen begint na haar middelbare school bij de KRO. Ze heeft er verschillende baantjes: eerst als secretaresse van J.A.A.M. Kors, daarna als productieassistente van Jan de Cler. Vervolgens werkt ze ook bij het platenarchief en later presenteert ze bij schoolradio.

Scriptgirl

In 1954 heeft de KRO een 'scriptgirl' nodig voor de televisiesectie (bestaande uit regisseurs Jan Castelijns, Jan Delftgauw en Ben Mettrop) en Roeffen waagt de overstap. Scriptgirl en omroepster zijn dan de enige functies bij de televisie die door vrouwen uitgeoefend worden. De scriptgirl zit in het regiehokje boven de studiovloer in Studio Irene. Links van de regisseur zit de schakeltechnicus en rechts zit Roeffen, naast haar zit de geluidstechnicus. De belangrijkste taak van de scriptgirl is tijdens de uitzendingen de drie cameramannen voorcueën. Voor elk soort shot (close-up, totaal, medium) moet er van lens gewisseld worden. De scriptgirl laat ze weten wanneer ze welke lens voor moeten zetten. tegenwoordig noemt men die functie: regie assistent. Daarnaast assisteert de scriptgirl bij al het voorbereidend werk en de repetities. Dat werk word tegenwoordig gedaan door een productieleider of een productie assistent.

Improvisatie is de eerste jaren van televisiemaken het sleutelwoord. Regelmatig valt een camera of zelfs de hele uitzending weg door een technische storing. Ook als de techniek meewerkt, kan er nog genoeg misgaan: acteurs die hun tekst vergeten, rekwisiteurs of geluidshengels die in beeld komen, een verkeerde instart van een film, geluiden van vallende decorstukken bij het changement in de andere scène, het geluid van de camerakabels die over de vloer slepen. Het maken van reportages, opnames of uitzendingen vanaf locatie, is eveneens een uitdaging.

Regisseur

Regisseurs staan in de beginjaren van de televisie volop in de belangstelling van de pers, er zijn immers nog nauwelijks serie-programma's en tv-beroemdheden. Alle televisie-uitzendingen worden uitgebreid gerecenseerd en met name de verdiensten van de regie komen altijd ter sprake. Als Roeffen de overstap van scriptgirl naar regisseur maakt, is dat landelijk nieuws. Haar ervaring als scriptgirl, maakt dat de technici van de NTS haar accepteren in het mannenwereldje. Ze wil zelf overigens geen regisseuse genoemd worden, maar regisseur.

In april 1957 neemt Roeffen de regie van de KRO-kinderuitzendingen (met onder meer Hokus Pokus, dat kan ik ook en Dappere Dodo) over van Wim Bary. Ze ontvangt grote stapels post van de kleine kijkers als er iemand jarig is in het programma of als een personage een andere jas aan heeft. Ze merkt uit hun brieven hoe betrokken de kinderen zijn bij de programma's en hoe oplettend ze zijn.

Enkele maanden (20 januari) later regisseert ze voor het eerst een avondprogramma. Regisseur Luc van Gent is ziek en Roeffen neemt zijn taak over. Het betreft een opzienbarende uitzending op locatie van een medische operatie op een koe. De reportage komt van de Veeartsenijkundige faculteit in Delft waar presentator Dick de Vree uitleg geeft over onderzoek, röntgenfoto's en de operaties die daar plaatsvinden. Het klapstuk is de operatie op een koe, die uiteraard niet gerepeteerd kan worden. De uitzending slaagt en Roeffen regisseert daarna vaker de avonduitzendingen of onderdelen daarvan.

In juni 1958 trouwt ze met Teun Notten, een reclameman en de broer van KRO producent Nic Notten. Zoals wel gebruikelijk is voor getrouwde vrouwen die tijd geeft ze haar werk op en verhuist ze met hem mee als hij voor zijn werk naar Eindhoven moet eind 1958. De Telegraaf noemt het een "gevoelig verlies" dat de televisie haar enige vrouwelijke regisseur verliest omdat zij zulk goed werk doet. Woensdagmiddag 20 december 1958 is haar laatste kinderuitzending, zo kondigt De Telegraaf aan, maar van een lange afwezigheid is geen sprake.

In 1959 is ze alweer terug bij de televisie, maar niet meer bij de kinderuitzendingen. Ze regisseert een tweewekelijkse serie met een avondcollege Nederlands: Onze arme, rijke taal. Roeffen vindt het niet zo leuk als de kinderprogramma's, maar "Als je van niets iets kunt maken, dat is altijd boeiend" (Leeuwarder courant, 13-5-1961).

Daarnaast maakt Roeffen regelmatig reportages. Zo brengt ze de internationale skelter-wedstrijden in Driebergen in beeld en een carter-race. Bij de laatste reportage gaat het mis, de ingehuurde lampen om de baan te verlichten, gaan kapot door de regen. Er kan maar één bocht in beeld gebracht worden en de uitzending wordt vroegtijdig afgebroken.

In februari 1962 is Roeffen een van de afgevaardigden van de Nederlandse televisie naar een internationaal congres in Zwitserland over schooltelevisie. De meeste landen in Europa hebben al regelmatige schooluitzendingen, maar in Nederland is men nog bezig met de voorbereidingen. Roeffen publiceert naar aanleiding van het congres een reeks artikelen over de voor- en nadelen van schooltelevisie in het Limburgsch dagblad.

Kindertelevisie heeft niet haar onverdeelde aandacht. In 1963 regisseert Roeffen Vloekjes bij de thee een serie van zes afleveringen van 25 minuten gebaseerd op het gelijknamige boek van Wim Zaal over de negentiende eeuw. Voor het programma maakt ze opnames in dertig musea. De directeur van het Dordtse Museum weigert mee te werken, hij vindt de tekst van Zaal te luchtig.

Driekwart in de middag (1963 - 1965)

Naast de kinderprogramma's krijgt Roeffen in de loop van 1958 het vrouwenprogramma onder haar hoede. Aanvankelijk zijn dat uitzendingen van één kwartier per maand en later een half uur per twee maanden. Het wordt in de avond uitgezonden, maar dat is geen succes. Roeffen zegt verwijtend aan de Leeuwarder courant (13-5-1961): "De moeilijkheid was dat het op de avond stond. De mannen zeggen dan zo van "Moeten we daar nou naar kijken?" Maar de vrouwen zeggen niet, als er specifieke mannenprogramma's zijn over bijvoorbeeld Polarisatieraketten, "Moeten wij daar nou naar kijken?"" Het vrouwenprogramma stopt zodoende, tot er plaats is in de middaguitzending.

In januari 1963 komt er eindelijk uitzendtijd beschikbaar voor de vrouwenprogramma's. Elke week op donderdagmiddag is er drie kwartier (van 14.30 tot 15.15) beschikbaar voor de vijf omroepverenigingen en Roeffen is voor de KRO de producent en regisseur. Tussen de omroepen is onderling overleg over de onderwerpen in de programma's en de KRO en NCRV werken zelfs een gezamenlijk magazine. Na het magazine-gedeelte van het programma volgt een documentaire.

Roeffen besteedt in de documentaires met opzet geen aandacht aan zaken die de huisvrouw al dagelijks tegenkomt, ze wil de blik van de vrouw verruimen. Zo maakt ze documentaires over de vrouw en de reclame, gevaren in huis, een dagje uit het leven van een actrice, of volgt ze een productieproces. Ook ministers en volksvertegenwoordigers komen in de studio vertellen over politiek en ze maakt documentaires over actuele problemen zoals onderwijs in woonwagenkampen.

Na de documentaire volgt een intermezzo van de vierjarige Katrien die bijvoorbeeld een cadeau uitpakt. Het gaat in dit intermezzo om de spontane reactie van het kind op dit soort kleine zaken en daarmee is het misschien wel de eerste reality-serie op de Nederlandse televisie. Driekwart in de middag besluit met een muzikaal optreden en na een kwartiertje pauze komt het kleuterprogramma van een kwartier (Kasje Kauwgom), waarvoor Roeffen eveneens de regie doet.

Muziekhows en cabaret

Roeffen blijft de vaste regisseur voor het vrouwenprogramma van de KRO op donderdagmiddag. Daarnaast regisseert Roeffen in de jaren zestig steeds meer cabaret en shows, zoals Wissewassen (1964) met André Meurs, TV-dansant (1964), een oudejaarscabaret van 1964 voor het vrouwenprogramma, een show rond fado-zangeres Amalia Rodriques (1965) en Internationale dansontmoeting tussen Nederland en Engeland (1965). Het feit dat Roeffen bladmuziek kan lezen, maakt dat ze steeds meer muzikale producties regisseert.

Na de zomer van 1965 neemt ze de regie van tienershow Waauw uit Studio Bellevue in Amsterdam op zich en filmt ze een show met Herbert Joeks (Weense liedjes) in de tuin van het Singer Museum in Laren. In oktober 1956 schrijft de KRO een prijsvraag uit voor amateurschrijvers voor een schetsje voor de televisie, Roeffen regisseert de winnaars in Letters en noten. Januari 1966 brengt ze het Nationale Songfestival op de televisie voor de NTS. In 1966 verlaat Roeffen het KRO-vrouwenprogramma en is het de bedoeling dat Marga Kerklaan haar taak overneemt. Daarna volgen voor Roeffen programma's als Disco-duel, een zomerprogramma in waarin bekende mensen nieuwe platen bespreken.

Roeffen, Nico Hiltrop en Herman Stok zouden in augustus 1968 verslag doen van het Songfestival in Sopot, Polen, een Oost-Europese tegenhanger van het Songfestival van Knokke. De KRO trekt zich terug vanwege de Poolse deelname van de interventie in Tsjecho-Slowakije en op het nippertje worden de programmamakers van Schiphol teruggeroepen. Ook zangeressen Liesbeth List en Patricia Paay keren terug. Als vervanging brengt Roeffen een show met List en het Tsjechische sterretje Judita. Dan volgen grote shows als het Nationale Songfestival (1969), De drie sterren show (1969), maar de KRO stopt na vijf jaar met de Waauw show. Voor de laatste Waauw show nodigt Roeffen Cliff Richard uit.

Veel ingetogener is de serie die Roeffen in 1971 samen met Ernst van Altena op het scherm brengt. Miniatuur bestaat uit voordrachten, sommige op muziek, uit het werk van meer of minder bekende figuren uit de literatuur, zoals Queneau, Wedekind, Klabund en Kipling. De serie wordt eens in de vier weken uitgezonden op de zondagavond. De verwachtingen voor de kijkcijfers zijn niet hoog en de waardering voor het programma loopt sterk uiteen volgens het Kijk- en Luisteronderzoek. Roeffen vertelt aan Het vrije volk (30-1-1971): "Het is een controversieel programma. Geïnteresseerde kijkers geven het een 10, anderen komen niet verder dan een 1. Dat heb je wel meer met dergelijke programma's". Roeffen probeert de uitzendingen visueel aantrekkelijk te maken door het gebruik van grafische vormgeving en illustraties, soms is er ook een ballet of een figurant in beeld.

Het volgende seizoen maken Roeffen, Van Altena, Martin Brozius en Marnix Knappers een nieuw cabaretprogramma Blauwe maandag. Het is een allround cabaretprogramma met satire, lyriek, liedjes, sketches, monologen. Elke aflevering staat één ministerie centraal, zo is er een aflevering over Justitie en over het CRM. Verder is dit seizoen van Roeffen te zien een terugblik op de Waauw show met oude gasten die opnieuw optreden, een co-productie met de BRT met Liesbeth List (uitgezonden onder de titel Liesbeth op 18-1-1973) en het Grand Gala du Disque (6-3-1974) met onder meer The Carpenters.

In 1975 regisseert Roeffen een seizoen Een rondje theater, het KRO kerstspel Hansje en het welbehagen (25-12-1976), een special rond Willem Nijholt (1978),

De gulden zeezwaluw

Op 19 juni 1969 neemt Roeffen namens de KRO deel aan de tv-showwedstrijd om 'De gulden zeezwaluw van Knokke'. In de Belgische badplaats strijden naast de KRO, de BRT, CST uit Tsjecho-Slowakije en TVE uit Spanje. Roeffen heeft Tee-Set, The Cats, Saskia en Serge, Ben Cramer, Unit Gloria en het Rob Hoeke kwartet in haar show. De regie van het programma is in handen van haar zwager Nic Notten. Door een verkeerde uitleg van de reglementen gaat het mis en valt het programma buiten de prijzen. De editie van het jaar daarop zit Roeffen als jurylid in Knokke.

In 1974 doet Roeffen voor de tweede keer mee aan de televisiewedstrijd in Knokke. Ditmaal maakt ze een show met de zanger Euson en gastoptredens van Thijs van Leer en Letty de Jong. Alle deelnemers werken met hetzelfde orkest, in dezelfde zaal en met dezelfde Belgische crew. Daarover vertelt Roeffen tegen een journalist van het Nieuwsblad van het Noorden (22-6-1974): "Je moet aan een paar zaken even wennen. Bijvoorbeeld aan hun totaal andere systeem van werkverdeling en aan hun vocabulaire". Bovendien zijn ze in België nog niet gewend aan vrouwelijke regisseurs: "Toen ik na afloop van de opname van mijn plekje kwam, werd ik bij wijze van spreken op handen gedragen en in de watten gelegd. Daar stond ik wel van te kijken. En als ze dan nog zeggen: "dat een vróuw zoiets kan", toen kreeg ik bijna de pest in. Want het is wel zo: doe je het als vrouw goed, dan ben je meteen twee keer zo goed als een mannelijke collega. Maar doe je het fout, dan doe je het automatisch ook twee keer zo slecht." De show van Roeffen eindigt als vijfde in de wedstrijd.

Hamelen (1972-1976)

Roeffen bij de opnames van Hamelen in 1973

Met Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijnheer? keert Roeffen weer terug naar de kinderprogramma's. Na het succes van bijvoorbeeld Oebele is het inmiddels niet meer zo dat kinderprogramma's beschouwd als een oefenschool of opstapje voor beginnende regisseurs of een sluitpost op de begroting van de omroepverenigingen. De KRO ziet Hamelen als een 'volwassen' programma en kent het derhalve ook een 'volwassen' budget toe. Roeffen beaamt tegen een journalist van De waarheid (16-3-1974) dat kinderprogramma's ten onrechte als makkelijk worden gezien: "Ik vind, of je een programma voor kinderen maakt, dat aan het werk niets af. Je moet geen toontje aanslaan, ze op de hurken toespreken. Kinderen zijn volwaardige mensen, die je niet speciaal, op een kinderachtige wijze moet benaderen. Die instelling -een volwassen programma maken- hebben ook de acteurs."

Die serieuze benadering blijkt onder meer ook aan het feit dat de serie in kleur is en dat er veelvuldig gebruik wordt gemaakt van de nieuwe chroma-key techniek. Met deze techniek kan het koor op een kleedje door de lucht vliegen. Hamelen is een groot succes met gemiddeld zo'n 3,5 miljoen kijkers en acteurs en zangers staan in de rij om een gastrol te vervullen. Er verschijnt een langspeelplaat met de liedjes. Van Hamelen zijn 45 afleveringen gemaakt.

Jaren tachtig

Een ander groot succes is Kun je nog zingen, zing dan mee met Wieteke van Dort, Willem Nijholt en een kinderkoor. De KRO ontvangt veel nieuwe leden en zo'n 200 positieve reacties per telefoon.

Verder maakt Roeffen in de jaren tachtig onder meer de volgende programma's: een show rond cabaretier Frans Halsema (25-10-1981), een reportage over priester en beeldhouwer Omer Gielliet getiteld Opstanding der bomen (12-11-1981), Tussen Keulen en Parijs (13-5-1982) een programma over mensen in de kerk en daarbuiten, Spaans concert met het Promenade-orkest (25-9-1982) en een serie minimusical Gods gabbers over het leven van Franciscus van Assisi, Maria Magdalena en Maarten Luther (1983).

Discografie

'Een verre vriend' voor Rob de Nijs 1978
'Een muzikant' voor Rob de Nijs 1978
NB voor de LP 'Huilen is gezond voor Wieteke van Dort 1982

Publicaties

Dromen verboden, Helmond 1961
De Deans gaan verhuizen, Helmond 1963
De Deans volgen een spoor, Helmond 1963
Een hondje van een hond, 2000
En toen was er televisie..., 2015 (nog niet gepubliceerd)