Lampentester: verschil tussen versies

Uit B&G Wiki
Geen bewerkingssamenvatting
Geen bewerkingssamenvatting
Regel 1: Regel 1:
{{
Infobox Object
| illustratie  = 
| naam = Lampentester
| vervaardigd door =
| functie =
| in gebruik vanaf =
| in gebruik tot =
| vervanger van =
| vervangen door =
| populariteit =
| nieuwprijs =
| gewicht =
| vergelijk =
| trivia =
| media =
| gallery =
| Beeld en Geluid archiefnummer = 2396
| externe_info =
}}
Voor de komst van de transistor is de radiolamp/buis het enige elektronische element waarmee versterking mogelijk is. Door verschillende oorzaken is de lamp onderhevig aan slijtage waardoor de werking achteruit gaat. Deze achteruitgang kan worden vastgesteld door de “steilheid” van de lamp te meten. Dit is een maat die aangeeft welke verandering de anodestroom ondergaat bij een verandering van de spanning op het [[stuurrooster]] van 1 [[volt]]. De meting moet, om zuiver te zijn, geschieden onder bepaalde condities voor wat betreft aangelegde spanningen aan de verschillende elektroden. De toestand van de lamp wordt uitgedrukt in een percentage. Hiervoor wordt de gemeten steilheid gedeeld door de nieuwwaarde en dan vermenigvuldigd met 100%.
Voor de komst van de transistor is de radiolamp/buis het enige elektronische element waarmee versterking mogelijk is. Door verschillende oorzaken is de lamp onderhevig aan slijtage waardoor de werking achteruit gaat. Deze achteruitgang kan worden vastgesteld door de “steilheid” van de lamp te meten. Dit is een maat die aangeeft welke verandering de anodestroom ondergaat bij een verandering van de spanning op het [[stuurrooster]] van 1 [[volt]]. De meting moet, om zuiver te zijn, geschieden onder bepaalde condities voor wat betreft aangelegde spanningen aan de verschillende elektroden. De toestand van de lamp wordt uitgedrukt in een percentage. Hiervoor wordt de gemeten steilheid gedeeld door de nieuwwaarde en dan vermenigvuldigd met 100%.
Tot in de jaren zestig beschikken grotere radiowinkels over een professionele lampentester. Tegen een vergoeding kan men lampen laten testen.
Tot in de jaren zestig beschikken grotere radiowinkels over een professionele lampentester. Tegen een vergoeding kan men lampen laten testen.
In de jaren dertig is de lampentester een te duur apparaat voor vele amateurs en radioreparatiebedrijfjes. In 1935 komt het blad Radio Expres (RE) met een zelfbouw lampentester. Dit apparaat kan doorgaans niet worden gebouwd met materiaal uit de rommelbak. Nabouwers zijn waarschijnlijk reparatiebedrijven voor wie een fabrieksapparaat te duur is. Ook radioclubs maken dit apparaat voor gemeenschappelijk gebruik.
In de jaren dertig is de lampentester een te duur apparaat voor vele amateurs en radioreparatiebedrijfjes. In 1935 komt het blad Radio Expres (RE) met een zelfbouw lampentester. Dit apparaat kan doorgaans niet worden gebouwd met materiaal uit de rommelbak. Nabouwers zijn waarschijnlijk reparatiebedrijven voor wie een fabrieksapparaat te duur is. Ook radioclubs maken dit apparaat voor gemeenschappelijk gebruik.
Het object in de Corvercollectie is in een multiplex kistje ondergebracht. Meters en bedieningsorganen bevinden zich bovenop en in de zijwanden.
Het object in de Corvercollectie van het [[Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid]] is in een multiplex kistje ondergebracht. Meters en bedieningsorganen bevinden zich bovenop en in de zijwanden.
Deze lampentester is opgenomen in de collectie onder nummer 2396.


[[Category:Techniek]]
[[Category:Techniek]]

Versie van 12 jul 2013 08:14

[[Image:|center|thumb|250px|]]
NaamLampentester
Vervaardigd door
In gebruik vanaf
In gebruik tot
Gewicht
Beeld en Geluid archiefnummer2396

Voor de komst van de transistor is de radiolamp/buis het enige elektronische element waarmee versterking mogelijk is. Door verschillende oorzaken is de lamp onderhevig aan slijtage waardoor de werking achteruit gaat. Deze achteruitgang kan worden vastgesteld door de “steilheid” van de lamp te meten. Dit is een maat die aangeeft welke verandering de anodestroom ondergaat bij een verandering van de spanning op het stuurrooster van 1 volt. De meting moet, om zuiver te zijn, geschieden onder bepaalde condities voor wat betreft aangelegde spanningen aan de verschillende elektroden. De toestand van de lamp wordt uitgedrukt in een percentage. Hiervoor wordt de gemeten steilheid gedeeld door de nieuwwaarde en dan vermenigvuldigd met 100%. Tot in de jaren zestig beschikken grotere radiowinkels over een professionele lampentester. Tegen een vergoeding kan men lampen laten testen. In de jaren dertig is de lampentester een te duur apparaat voor vele amateurs en radioreparatiebedrijfjes. In 1935 komt het blad Radio Expres (RE) met een zelfbouw lampentester. Dit apparaat kan doorgaans niet worden gebouwd met materiaal uit de rommelbak. Nabouwers zijn waarschijnlijk reparatiebedrijven voor wie een fabrieksapparaat te duur is. Ook radioclubs maken dit apparaat voor gemeenschappelijk gebruik. Het object in de Corvercollectie van het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid is in een multiplex kistje ondergebracht. Meters en bedieningsorganen bevinden zich bovenop en in de zijwanden.